De vacht van het min3.3NAP-polderschaap
  is natuurlijk echt. Hoe we eraan komen?



'Mulder hier. Schapenvachten wou je? Wat zeg je, niet gelooid en niet
gewassen?'
'Ja natuurlijk hebben we die. Maar wat wil je er dan mee? Wat?'
'Jaja. Ik zou ze wel gezouten nemen, dan zijn ze in ieder geval
geconserveerd. Ik laat er wel een paar komen. Vier euro per stuk is
dat ok? Vijf stuks? Maandag?'

'Ze liggen vast klaar op het kantoor' zeggen we tegen elkaar als we het
terrein van de schapenslachterij oprijden. Geen idee nog hoe
schapenvachten eruit zien die alleen maar gezouten zijn. 'Ja hoor, ze zijn
droog en ze stinken niet' zei de schapenslager aan de telefoon. We
parkeren naast het kantoor. 'Oh, dan moet je bij de stallen zijn' zegt een
oudere dame. Ze zit in een schoon, maar warm kantoor in een atmosfeer
die stijf staat van de geur van schoonmaakmiddelen en vlees. 'Loop maar
even naar achteren.'

Achter het pand staat een lange rij kadetjes, golfjes en oude mercedessen
met karretjes. De karretjes vol met schapen, de eigenaren -zo te zien Turks
of Marokkaans- met elkaar in gesprek of rokend tegen de auto geleund.
De file staat stil in de buurt van de stallen, een open gebouwtje vol met
schapen tussen een ruitpatroon van hekken. Door de hekken te verschuiven
worden de schapen heel terloops en heel ontspannen verplaatst naar de
ingang van de slagerij. Stuk voor stuk verdwijnen ze naar binnen. Door een
andere deur komt dan een paar tellen later iemand naar buiten met een verse,
licht bebloede schapenvacht. De stapel vachten groeit en groeit. Net als we
een paar stappen dichterbij doen op zoek naar iemand die bij de organisatie
hoort, wordt er een flinke container naar buiten gereden. De orgaandrab
staat tot een paar centimeter onder de rand en de bak met darmen verdwijnt
in een lift om te worden leeggestort. De man die de bak bedient, kijkt
verbaasd naar ons en roept iets naar binnen. Even later stapt een man
op ons af, gekleed in een blauwe overal en op hoge groene rubberlaarzen.
'Oh, jullie zijn dat voor die vijf vachten. Kijk daar liggen ze.'

Naast de uitgang van de slachterij ligt een klein stapeltje harige vachten op de
grond. Een van de Turken staat ernaast. 'Hij is de handelaar' zegt de slager
'en hij spreekt alleen een soort Turks-Duits, dus ik regel het wel even. Wat
hadden we ook alweer voor prijs afgesproken?'
De Turk knikt naar ons en trekt een paar werkhandschoenen aan. 'Maar er
zit nog bloed aan' zeggen we een beetje verrast. De slager lacht. 'Ja, we
snijden hier wel de kop eraf, dus dat er een beetje bloed aanzit is wel
logisch. Verder zijn ze schoon hoor.' Hij geeft ons snel een stevige warme
hand en gaat weer aan het werk.

Wij vertrekken naar ons atelier, anderhalf uur verderop. De vijf
schapenvachten liggen op een stuk karton direct achter de voorstoelen. Ze
stinken naar schapenvet, melk, natte hond en bloed. Het is warm.





«  [ T e r u g ]